![]() |
|
|
Output verbeterenIn het eerste deel hebben we gekeken naar de input, het lezen van gegevens van het beeldscherm en het lezen van documenten. In het tweede deel kijken we met name naar de output, het invoeren van gegevens en naar de ondersteuning van het gehele lichaam: zithouding, armondersteuning etc. Tekstinvoer: de horizontale en verticale afstand van de toetsen moet minimaal 19 mm zijn. Tijdens de aanslag van de toets moet een duidelijke feedback voelbaar en/of hoorbaar zijn. Een compact toetsenbord verkleint, wanneer een standaard muis wordt gebruikt, de reikafstand naar de muis. Voor ?blind-typers? verbetert een gesplitst toetsenbord de houding van polsen en onderarmen.Wanneer er onvoldoende feedback is, neigen gebruikers ertoe om de toetsen tot 3,9 keer harder aan te slaan dan eigenlijk noodzakelijk is. Dit is een risicofactor voor het ontwikkelen van klachten aan onderarm en hand (Feuerstein, 1997, Gerard, 1996, 1999). Daarnaast leidt dit ertoe dat de gebruiker meer fouten maakt waardoor de productiviteit achteruit gaat (Feuerstein, 1997, Yoshitake, 1995). Compacte toetsenborden (toetsenborden zonder een numeriek deel, maar met vergelijkbare afstand tussen de toetsen als bij een normaal toetsenbord) verlagen de reikafstand naar de muis (Cook, 1998), verlagen de belasting voor de onderarm en worden als comfortabeler ervaren dan standaard toetsenborden (Van Lingen, 2003). Een compact toetsenbord is een volwaardig alternatief voor het traditionele toetsenbord. Indien frequent numerieke gegevens dienen te worden ingevoerd, dan kan gebruik worden gemaakt van een apart numeriek deel. Een ergonomisch gevormd toetsenbord kan bijdragen aan het voorkomen van klachten (Moore en Swanson, 2003), doordat de houding van de onderarmen en polsen beter is (Riezebos, 1997). Klikken en scrollen: tijdens het klikken en scrollen moeten statische onnatuurlijke houdingen (extensie* en ulnairdeviatie pols**, pronatie onderarm*** ) vermeden worden. De muis moet zich zo dicht mogelijk bij het lichaam bevinden.Bovengenoemde houdingen zijn alle risicofactoren voor het ontstaan van klachten aan pols en onderarm (Karlqvist 1994, Jensen 1998, Hagberg 1994, Fernstrom 1997, Burgess-Limmerick 1999, Armstrom 1994). Wanneer de muis dichter bij het lichaam wordt geplaatst, is dit minder belastend voor de nek en schouders (Armstrom 1995, Cook 1998, Harvey 1997). Trackballs en trackpoints zijn belastender voor de duim. Met name voor oudere werknemers is dit geen goed alternatief voor een gewone muis. Tevens is de productiviteit lager dan bij gewone muizen, maar deze lagere productiviteit lijkt bij langdurig gebruik te verdwijnen (Zöllner 1999). Zitten: De stoel moet minimaal aan de NEN-EN 1335-1 voldoen, maar bij voorkeur ook aan de NPR 1813:2003. De zitting moet minimaal 15° achterover kantelen. De hoek tussen rugleuning en zitting moet, bij het bekken, minder dan 90° zijn, daarom is een kantelstoel aan te bevelen boven een stoel met een synchroon mechaniek.Bij een synchroon mechaniek kantelt de rugleuning t.o.v. de zitting in een verhouding van 1:2, 1:3 of 1:4, waardoor de zitting onvoldoende achterover kantelt (Bos, 2003). Daardoor ontstaan afschuifkrachten (Goossens 1995, 1997). De aflopende zitting kan deze afschuifkracht tegengaan en zo onderuitzakken voorkomen. En stoel met een harmonic tilt mechanisme (ook 1:2 maar met ander bewegingsverloop van zitting tov rugleuning) is afgestemd op de draaipunten van de heup, knie en enkel en daarom te verkiezen boven een conventioneel synchroon mechanisme van 1:2. Een goede armondersteuning leidt tot afname van (schouder)klachten (Aaras, 2001, Cook, 1998, Karlqvist,1998), o.a. omdat de doorbloeding beter is (Hagberg M, 1984). Wanneer armondersteuning gebruikt wordt treedt ook veel minder snel vermoeidheid op (Arndt, 1983). Kleine houdingsveranderingen (tijdens zitten) zijn weinig effectief wanneer het gaat om het voorkomen van klachten, terwijl grote houdingsveranderingen (afwisselend zitten en staan) wel effectief zijn. Personen die met een zit-sta-tafel werken hoeven minder frequent (47% minder) en minder lang pauze te nemen (56% minder), omdat de vermoeidheid minder is (Dainoff). Daardoor kunnen ze per dag langer, en dus productiever, werken. Dit levert een geschatte besparing op van ?2.436,-- per jaar per persoon. Bij meer dan 35 uur per week beeldschermwerk is de kans op RSI reeds 2 maal zo hoog als normaal (Marcus, 2002). Ook andere onderzoeken tonen aan dat zeer langdurig computerwerk verrichten de kans op RSI vergroot (Punnett, 1997, Andersen e.a.2003, Brandt e.a. 2003, Kryger e.a 2003). Regelmatige micropauzes dragen bij aan het voorkomen van klachten; pauzes zijn essentieel voor herstel (Taylor, 2001). Wanneer voldoende micropauzes worden genomen, neemt de accuratesse significant toe met 1-5% (Koparadekar 1994, Swanson 1989).
Afwisseling is het sleutelwoord bij het voorkomen van klachten. Afwisseling tussen zitten en staan, tussen werk en rust, maar ook tussen verschillende manieren van werken. Daarom bevelen we aan om af te wisselen tussen bijvoorbeeld positie B (zie hierboven) en positie C tijdens het beeldschermwerk. Waarbij positie B m.n. geschikt is voor het invoeren van tekst via toetsenbord en positie C voor het verrichten van muis gerelateerde handelingen. Conclusie Een optimale werkplekinrichting helpt niet alleen klachten voorkomen maar draagt ook bij aan het verhogen van de productiviteit. Investeren in ergonomie is, mede gezien het groot aantal uren dat veel mensen achter de PC zitten, een goede investering met een gunstige ROI (Return on Investment = terugverdientijd).
|
|