De gemiddelde Nederlander wordt steeds langer, dat is algemeen bekend. Daarom moeten de normen voor afmetingen van stoelen ook worden aangepast aan deze ontwikkeling. In Nederland is het wettelijk verplicht dat alle bureaustoelen aan de EN 1335 voldoen. Daarmee is echter niet gezegd dat deze stoel ook een ergonomisch optimale oplossing is voor de meeste beeldschermwerkers. Een stoel die qua afmetingen aan de EN 1335 voldoet is slechts geschikt voor 28% van de Nederlandse bevolking. Daarom is door het NEN-instituut een adviesnorm ontwikkeld, de NPR 1813-2003. Deze norm is niet bindend, stoelen die aan deze norm voldoen zijn geschikt voor een groot deel van de Nederlandse bevolking (de Groot, 2003).
| Afmetingen | EN 1335 | NPR 1813 |
| Zittinghoogte | 40-51 cm | 40-54 cm |
| Zitdiepte | 40-42 cm 5 cm verstelling | 38-48 cm |
| Hoogte armlegger | 20-25 cm | 20-31 cm |
| Breedte tussen armleggers | Vast min. 46 max. 51 cm | 36-51 cm |
Naast de afmetingen speelt het (bewegings)mechanisme een zeer belangrijke rol. Dit bepaalt de manier waarop de stoel beweegt en welke hoek de zitting en de rug maken ten opzichte van de horizontaal. Een optimale situatie wordt bereikt wanneer de zitting minimaal 12° achterover kantelt en de zitting en de rug in een vaste hoek van 80-90° ten opzichte van elkaar blijven (Arbo-Informatieblad nr. 7, 2002). Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, heeft de gebruiker niet meer de neiging om onderuit te zakken als gevolg van afschuifkrachten (Goossens, 1994, 1995 en 1997).
Tenslotte zijn, met name bij beeldschermwerk armleggers van grote waarde. Vanwege het statische karakter van beeldschermwerk is het belangrijk dat de armleggers de armen goed ondersteunen en zo de belasting van de nek en schouder verminderen (Lueder 1999). Daarbij moeten armleggers niet in de weg zitten bij het aanschuiven aan het bureau, niet meebewegen tijdens het bewegen van de stoel en voldoende zacht zijn zodat geen drukplekken ontstaan.
| Toelichting bij de criteria |
|
| Mechanisme | Vermeld wordt in welke verhouding de zitting ten opzichte van de rug beweegt. 1:2 betekent dat wanneer de zitting 1° achteroverkantelt de rug 2° achteroverkantelt. |
| Achteroverkanteling | De achteroverkanteling geeft aan hoeveel graden de zitting achteroverkantelt, dit is van wezenlijk belang om onderuitzakken (houdingsverval) als gevolg van afschuifkrachten te voorkomen. |
| Achterover kanteling | De achteroverkanteling van het scherm in de laagste stand |
| Houding bij actief zitten | Beoordeeld is hoeveel de zitting vooroverkantelt en of de stoel goed meebeweegt bij actief zitten (= voorover geleund zitten zonder gebruik van de rugleuning). |
| Instelgemak | Er is een veelheid aan punten beoordeeld: logische plaatsing, bereikbaarheid en bedieningsgemak van de knoppen, gebruiksaanwijzing, gebruik icoontjes op de knoppen, enz. |
| Armleggers | Hierbij is onder andere gekeken naar: hoogte insteltraject, breedte insteltraject, bedieningsgemak en het meebewegen van de armlegger. |
| Ondersteuning benen | Beoordeling van zithoogte, vering zitdiepte en zitdiepte. |
| Ondersteuning rug | Dikte, vorm en instelling van de lendensteun. |
| Variatie zithoogte | Dit criterium geeft aan of de stoel kan worden bewogen (gekanteld) zonder dat de voeten van de grond komen. |
| Aanschuiven | Kan de gebruiker volledig aanschuiven aan het bureau, zonder dat de armleggers dit verhinderen. |