
In het ideale geval worden de stoel en het werkblad zodanig ingesteld dat de voeten goed bij de grond kunnen komen. Soms is dit echter niet mogelijk, bijvoorbeeld als een niet instelbaar/verstelbaar werkblad wordt gebruikt.
De DIN 4556 stelt de volgende eisen aan een voetensteun:
- oppervlak ongeveer 45 cm breed en 35 cm diep;
- voorzijde maximaal 5 cm hoog;
- hoogte verstelbaar tot minimaal 11 cm (gemeten aan voorzijde);
- hellingshoek instelbaar tussen 5° en 15°.

Zeker op flexibele werkplekken is het nodig dat de voetensteun gemakkelijk kan worden ingesteld, zonder dat daarvoor gereedschap nodig is (voorkeur middels een voetpedaal).
Voetensteunen worden ook wel gebruikt bij baliewerkplekken waar stoelen worden gebruikt met een extra lange gasveer. In deze gevallen kan de voetensteun, wanneer deze hiervoor voldoende stabiel is, tevens dienst doen als opstahulp (dit is alleen het geval bij de Footform Dual voetensteun).
| Toelichting bij de criteria |
|
| Insteltraject | Insteltraject, gemeten aan de voorzijde van het steunvlak. |
| Instelgemak | Gemak waarmee de hoogte kan worden aangepast. |
| Aantal standen | Aantal verschillende standen. |
| Hellingshoek steunvlak | Hellingshoeken steunvlak. |
| Stabiliteit | Stabiliteit, zeer stabiel wanneer de voetensteun ook als opstaphulp kan worden gebruikt bij balies etc. |
| Afmeting steunvlak | Afmetingen van het steunvlak. |
| Schuifweerstand | Mate waarin de steun verschuift wanneer de voeten erop steunen. |